Financiële reserves voor riolering stijgen in Hoorn de pan uit. De VVD vindt dat die moeten worden besteed en anders terug naar de burgers !

Geachte College,

In de managementletter van accountant Deloitte over de jaarrekening 2016 – uw brief dd. 2 juni 2017 – maakt de accountant er melding van dat de voorziening riolering is opgelopen tot 16,7 miljoen euro. Hiervan blijkt 2,7 miljoen euro te zijn bestempeld als uitgestelde kapitaallasten. Wij wijzen er in dit verband op dat de voorziening riolering de grootste voorziening (reservering) is die de gemeente Hoorn kent. 

Bij dit overschot van 2,7 miljoen euro wordt de opmerking geplaatst dat de werkelijke kapitaalslasten achterblijven op de begrote kapitaalslasten (volgens het Gemeentelijk RioleringsPlan). De accountant adviseerde toen het oplopende saldo kritisch te bekijken en een relatie te leggen met de tariefstelling.

In de management letter interne-controle 2017 wordt hier weer melding van gemaakt en vraagt de accountant wederom: wanneer gaan de lasten vrijvallen?, of wanneer gaan die middelen besteed worden? ofwel gaan ze terugvloeien? Moet er dan iets aan de tarieven gedaan worden i.c. tariefsverlaging voor de burgers.

De VVD fractie heeft over dit onderwerp de volgende vragen:

1.   Wat heeft u gedaan met het advies van de accountant in de management letter Interne controle 2016 om het oplopende saldo van de uitgestelde kapitaalslasten aan een kritische analyse te onderwerpen en een relatie te leggen met de tariefstelling?

2. Als reactie op de management letter 2016 geeft het College aan bezig te zijn met een analyse rondom te bestedingen vanuit de voorziening riolering. Onze vraag: wat is er uit die analyse gekomen?

3.   Denkt het College nog steeds dat de onder uitputting (het niet uitgaven van gereserveerde kapitaalslasten) van  – op dit moment - 2,7 miljoen euro in de nabije toekomst ingezet gaan worden? En zo ja, wanneer, hoe en waaraan?

4.   Ook de auditcommissie heeft aandacht gevraagd voor dit onderwerp n.a.v. de aanbevelingen van de accountant. De auditcommissie stelde in het voorjaar 2017 de volgende vraag:

De rioolheffing is kostendekkend. Maar wat ga je dan doen met de koppeling aan de tariefstelling? In de reactie van het college mist een stukje waarin de relatie wordt gelegd tussen de analyse en wat men doet met de consequenties voor de geleidelijke stijging van de rioolheffing, in de laatste zin van deze alinea.

Uw reactie hierop was: Bij de volgende herziening van het plan in 2021 wordt afhankelijk van de ontwikkelingen bezien of de mate van stijging van de rioolheffing bijstelling behoeft.

Nu de accountant in de management letter 2017 wederom hier opmerkingen en vragen over maakt/stelt blijft het College dan van mening dat er pas in 2021 gekeken wordt naar bijstelling van de rioolheffing?

5. Indien uw antwoord op vraag vier bevestigend is, hoe hoog wordt dan de reserve rioolheffing in 2021 indien u het huidige beleid inzake de besteding van de kapitaalslasten voorzet met onder uitputting?

6. Hoe hoog mag de reserve riolering maximaal worden?

7.   Bent u het met ons eens dat nu de indruk wordt gewekt dat de burgers betalen voor iets wat niet geleverd wordt?