Column Jan van Ossenbruggen over klimaatveranderingen en hoe de politiek kan reageren

Het was even schrikken toen het KMNI op 18 januari  jl. code Rood aangaf  en de Rijksoverheid een NL-ALERT uit liet gaan. Deze uitzonderlijke maatregelen waren niet voor niets. Een zware storm trok over Nederland met aan de kust windkracht 11 en windstoten van 163 km per uur. Er waren “slechts” 2 doden te betreuren en de schade bedroeg

90 miljoen Euro. Het wordt steeds duidelijker dat deze extreme weersomstandigheden het gevolg zijn van de wereldwijde opwarming van de aarde. Toch zijn er nog steeds mensen die de klimaatverandering bagatelliseren door te zeggen, dat het allemaal wel meevalt en niet zo’n vaart zal lopen. Maar zo’n vaart loopt het wel. De fase van vrijblijvendheid en onderschatting is voorbij.

Vroeger was het heel gewoon dat in deze tijd van het jaar buiten werd geschaatst. Nu is schaatsen een zaalsport geworden en volgens weerman Gerrit Hiemstra is de kans op een Elfstedentocht gedaald tot minder dan één procent. Het weer heeft structureel een ander karakter gekregen. ’s Winters overheersen lagedrukgebieden met veel regen en in de zomer zijn hogedrukgebieden met meer zomerse dagen en droge perioden in de overhand.

Dit laatste lijkt leuk, maar de keerzijde daarvan is, dat we met zware onweersbuien en extreem hoge waterstanden worden geconfronteerd. Het gevolg daarvan is voorspelbaar: overgelopen riolen en ondergelopen viaducten en straten. Gelukkig neemt de consensus over de wijze waarop de opwarming van de aarde kan worden gestopt, of tenminste kan worden afgeremd, steeds meer toe. Het realiseren daarvan is  echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want door de CO2-intensieve industrie en trage ontwikkeling van de wind- en waterenergie, voldoet Nederland niet of nauwelijks aan de door Parijs opgelegde verplichtingen. De CO2-reductie zal dan ook aanzienlijk versneld moeten worden. Vrijblijvendheid is niet meer aan de orde. Om de doelstellingen van het Energieakkoord te kunnen halen, investeert het Rijk in 2018 een miljard Euro in duurzame energie. Het gevolg daarvan is dat de burger op een (tijdelijk) verhoogde energiebelasting wordt “getrakteerd”.

Maar wat doet de Hoornse politiek aan verduurzaming van de energie? De ambities van Hoorn zijn duidelijk. Door het stimuleren van lokale initiatieven, zoals plaatsing van zonnepanelen en/of kleine windturbines, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het opwekken van duurzame energie. Dit is echter niet voldoende. Het gemeentelijk klimaatbeleid zal moeten worden aangescherpt en er zullen concrete maatregelen genomen moeten worden, die inspelen op de nieuwe omstandigheden en nieuwe klimaatwet.

Maar de belangrijkste sleutel om de lokale klimaatagenda succesvol te kunnen uitvoeren is regionale samenwerking. Dit is geen eenvoudig traject, maar als het goed wordt aangepakt, kan er veel worden gerealiseerd, zelfs het klimaatneutraal zijn in 2040 maakt dan een reële kans. Door het inzichtelijk maken van het speelveld en in gesprek gaan met de aanwezige actoren ( veelal particulieren), kan via een gespreksagenda besproken worden hoe gezamenlijke doelen bereikt kunnen worden. West-Friesland heeft voldoende potentie om in duurzame zon-, wind- en aardwarmte- energie te kunnen voorzien.

We staan voor een gigantische uitdaging, die alleen succesvol kan worden aangepakt wanneer resultaat gerichte projectsturing omgebogen wordt tot een doelgerichte regionale netwerkondersteuning. Maar naast deze regionale verantwoordelijkheid rust nog een opdracht op de schouders van de nieuwe bestuurders: Hoorn door middel van preventieve klimaatadaptatie weerbaar maken tegen de extreme gevolgen van de klimaatverandering.